Wij erkennen de complexiteit van de opgave waar de partijen - vertegenwoordigd in stichting SOME – zich aan hebben gewaagd, maar zijn desalniettemin ervan overtuigd dat met afdoende inzet het Plan van Transformatie, zoals overeengekomen tussen de 5 betrokken partijen in een civielrechtelijke overeenkomst, alsnog geeffectueerd kan worden. Daar hebben wij als Provincie ook een verantwoordelijkheid in te nemen, en zijn wij dat de omwonenden en het gebied zelf – vanwege haar bijzondere karakter dat veel potentie herbergt – verschuldigd. Bovendien behelst het in 2009 opgestelde PvT beloften en juridisch afdwingbare verplichtingen waar partijen over en weer aan gebonden zijn. Zoals de belofte om aan het einde van de rit de groeve terug te geven aan de bevolking, en de verplichting om de stichting SOME afdoende te financieren, zodat het ook uitgevoerd kan worden.

Daarover hebben wij de volgende vragen aan uw college:

1. Wat houdt het opstappen van het bestuur van SOME in? Welke gevolgen heeft dit voor de uitvoering van de overeenkomst? De reden voor het opstappen van het bestuur van SOME vormt, naast voornoemde redenen, ook het feit de founding fathers, ondanks de inzichten die inmiddels zijn opgedaan als gevolg van alle ontwikkelingen in het dossier, nog steeds de illusie is toegedaan dat de lening van 750.000 euro binnen de huidige omstandigheden terugbetaald kan worden door de stichting. De terugbetaling is uitgesteld met één jaar, echter voor ons is het onbegrijpelijk wat uw college ertoe beweegt aan te nemen dat de lening door de stichting afgelost kan worden zonder dat zij in staat gesteld wordt daadwerkelijk een ontwikkeling ter plaatse op gang te brengen.

2. Hoe ziet uw college de aflossing van de lening door de stichting gebeuren? Waaruit zou de stichting de middelen hiervoor moeten verkrijgen volgens uw college?

3. Is de periode van 1 jaar afdoende om de middelen hiervoor te acquireren? Waar baseert u dat op?

4. Kunt u de juridische houdbaarheid van de in 2009 afgesloten overeenkomst tussen de partijen schetsen? Wat betekent e.e.a. voor de afdwingbaarheid van de verplichtingen die de partijen middels een civielrechtelijk overeenkomst met en jegens elkaar zijn aangegaan? 5. Welke mogelijkheden ziet u om nakoming van de verplichtingen van de in 2009 aangegane overeenkomst, door de partijen die deze destijds zijn aangegaan, af te dwingen bij de rechter? De industriezone van de ENCI-groeve kent deels een bestemming met een milieuvergunning van de categorie

5. De herontwikkeling van het bedrijventerrein in een constructieve relatie met de aangrenzende groeve is dé grote uitdaging van het Plan van Transformatie. Nieuwe bedrijvigheid zal qua emissies hoe dan ook aan de nieuwe stikstofregels moeten voldoen. Om dit proces te bespoedigen en te vergemakkelijken is het aantrekken van bedrijvigheid die nagenoeg emissievrij plaats kan vinden noodzakelijk. Hiervoor is een wijziging van het bestemminsplan benodigd. Echter, zulks brengt wel een waardedaling van de op het terrein aanwezige gebouwen met zich mee. Oplossing hiervoor is de uitkoop van de geldende emissierechten. Dit betreft een aanpak bij de bron, geheel indachtig de actielijnen Aanvalsplan Stikstof.

6. Ziet uw college kans zich hier een actieve rol in toe te bedelen? Zo nee, waarom niet? In reactie op de brief van stichting SOME, heeft gedeputeerde Andy Dritty1 aangegeven bezig te zijn met de opstelling van een nieuwe businesscase, uitvoerbaar voor alle partijen. Echter, onzes inziens, ook de uitvoering van de nieuwe businesscase kan enkel worden geëffectueerd na vaststelling van het bestemmingsplan.

7. Welke rol gaat uw college daarin vervullen? Hoe gaat uw college ervoor zorgen dat e.e.a. voorspoedig wordt opgepakt, om daarmee ook eindelijk de in de overeenkomst aangegane verplichtingen na te komen? Zuid-Limburg is onlangs aangewezen als een (voorlopig) NOVI-gebied. Het ENCI-gebied is ook een factor die daarbij in overweging dient te worden genomen. Het Rijk kan dan een bijdrage leveren aan de te realiseren ambities.

8. Hoe gaat u dit bij het Rijk onder de aandacht brengen, en zorgen dat het gebied mee wordt genomen in de uitwerking van het NOVI-gebied?

9. Welke voorhanden zijnde oplossingen, die nu financieel onhaalbaar worden geacht, zouden met een Rijksbijdrage dan wél te realiseren zijn volgens uw college?

Graag ontvangen wij de antwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn. Odin Westen