Schriftelijke vervolgvragen over artikel NRC Handelsblad ‘Limburgse gedeputeerde in de fout met adviesbedrijf’ en ‘Het verzwegen bedrijf van de Limburgse Napoleon’ 

Geacht college, Naar aanleiding van uw beantwoordingen op de schriftelijke vragen dd 28-10-2020 met kenmerk 2020/43658 en 2020/43662, hebben wij een aantal vervolgvragen.

Op 6 maart 2015 werd naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur de belofte gedaan inzake het publiceren van inkomsten uit het commissariaat J&T Tussenholding van gedeputeerde Koopmans: “Het bedrag wordt vóór 1 april op de provinciale website gepubliceerd. Dit was eerder nog niet verplicht omdat Ger Koopmans pas vorig jaar werd benoemd als gedeputeerde.” 1

1. Kunt u documentatie toesturen waaruit blijkt dat destijds aan die belofte is voldaan? Zo nee, waarom niet?

2. Op welke twee data heeft het college van GS persvragen ontvangen over opdrachten verstrekt aan onder andere Terraq en DCM? Wij vroegen u op 15 oktober het volgende: “Naar aanleiding van het plan Meer Maas Meer Venlo is er emailcorrespondentie geweest tussen gedeputeerde Koopmans en dhr. J. Janssen én emailcorrespondentie met betrekking tot het doorzetten en behandelen door de ambtelijke organisatie. Graag ontvangen wij deze emailcorrespondentie.” 1 Zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2023094-overzicht-nevenfuncties-limbur… Bij de beantwoording van deze vraag stuurt u ons een email van dhr. J. Janssen dd. 22-07- 2016.

3. We ontvangen graag een overzicht van alle gesprekken, overleggen en correspondentie die gedeputeerde Koopmans heeft gehad met betrekking tot het project Meer Maas Meer Venlo en de contactmomenten en communicatie tussen gedeputeerde Koopmans en de heer Janssen vanaf 22-07-2016 tot en met het moment van de bewust vergadering van de raad van commissaris van Terraq in 2017.

4. Heeft de heer Koopmans voorafgaand aan de mail van de heer Janssen van 22-07-2016 contact gehad met de heer Janssen over het project Meer Maas Meer Venlo? Zo ja, wat is daar uitgewisseld?

5. "Er is geen mailverkeer bekend van en naar de gedeputeerde Koopmans". Is er wel ander mailverkeer bekend dat is ontstaan naar aanleiding van het doorsturen van de mail van gedeputeerde Koopmans? Zo ja, kunt u ons hiervan afschriften doen toekomen?

6. Zijn er bij de Gouverneur andere signalen binnengekomen over het doorsturen van deze mail in de richting van de ambtelijke organisatie?

7. Waarom heeft gedeputeerde Koopmans niet op 22-7-2016, toen de mail van de heer Janssen ontvangen werd, zijn nevenfunctie neergelegd?

8. Heeft de gedeputeerde Koopmans melding gemaakt van de mail van de heer Janssen bij de Gouverneur en gevraagd om te klankborden over het wel of niet aanhouden van de nevenfunctie op dat moment? U verwijst naar onder andere de risicoanalyse gemaakt door Bureau BING in 2014. Op 5 juni 2014 stuurde u PS een deel van de conclusies en aanbevelingen met daarin de volgende tekst : “Ten aanzien van zijn functies bij J&T Tussenholding B.V, (commissariaat) en Stichting Kwaliteitsgarantie Kalversector (lid dagelijks bestuur), beraadt de heer Koopmans zich nog op zijn positie. Voor J&T Tussenholding B.V. betreft de achtergrond het gegeven dat deze holding indirect een wederpartij is van de provincie; het bedrijf heeft een minderheidsbelang in een tweetal ontgrondingswerkzaamheden die plaatsvinden in de Provincie Limburg. De vraag of hij deze functie wil aanhouden, houdt in zijn optiek verband met beeldvorming: niet uitgesloten kan worden dat de schijn kan ontstaan dat hij als gedeputeerde invloed zou kunnen uitoefenen, ten faveure van dit bedrijf.”

9. Dhr. Koopmans heeft vervolgens besloten de nevenfunctie aan te houden. Hebben de Gouverneur en gedeputeerde Koopmans gereflecteerd op dit besluit? Zo ja, wat is daarvan de strekking? Zo nee, waarom vond u beiden het niet nodig dit te doen? U geeft in uw beantwoording aan dat gedeputeerde Koopmans heeft deelgenomen aan besprekingen van de visie Meer Maas Meer Venlo. En u stelt als verklaring daarvoor dat er geen afspraken zijn gemaakt over waterveiligheid of Maasveiligheid. In de visie Meer Maas Meer Venlo was sprake van mogelijke ontgrondingen, rivierverruiming, dijkverplaatsing en mogelijke verplaatsing van een jachthaven. U geeft in uw beantwoording het volgende aan “Binnen zijn opvatting in dezen speelden de belangen van welke ontgronder dan ook, geen enkele rol.” Daaruit volgt logischerwijs de conclusie dat er wel degelijk belangen van ontgronders aanwezig waren, ongeacht de opvatting van gedeputeerde Koopmans over het wel of niet spélen van die belangen in zijn heftige bestrijding.

10. Bent u het met ons eens dat wij nu juist het voorkomen van dit type vermenging van rollen beogen met onze Gedragscode Bestuurlijke Integriteit? U geeft in uw beantwoording aan dat u het hebben van een KvK inschrijving door de Provincie Limburg niet beschouwd wordt als een aparte nevenfunctie die separaat dient te worden gemeld. In uw mededeling portefeuillehouder dd. 15 oktober lezen wij uw antwoord op de vraag daarover van NRC Handelsblad: “Het sec hebben van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel valt niet onder het hebben van een actieve nevenfunctie of het verrichten van werkzaamheden. Voor bestuurders is bepaald dat zij geen actieve nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt.” Wij lezen in de Gedragscode echter nergens de woordcombinatie “actieve nevenfunctie”.

11. Kunt u aangeven waar uw uitleg van dit artikel op gebaseerd is? Waarop baseert u vervolgens uw conclusie over het niet melden van een KvK inschrijving?

12. Heeft u deze conclusie destijds ook gedeeld met Provinciale Staten? Zo nee, waarom niet? U geeft aan dat er destijds geen reden was om afstemming te zoeken met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wij lezen echter in het recente artikel van NRC Handelsblad, dd. 30 oktober 2020, dat er navraag is gedaan bij het ministerie en dat zij aangeven dat het hebben van een eenmanszaak een nevenfunctie is die vermeld moet worden.

13. Gelet op de uitspraken van de minister, staat de Gouverneur nog steeds achter de bewoordingen? Vindt hij het nog steeds niet noodzakelijk om hierover met de minister contact te zoeken? Hoe verantwoordt de Gouverneur zijn eigen opvatting in relatie tot het standpunt van de minister?

14. Bent u bereid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken voor toekomstige gevallen advies in te winnen over het hebben van een KvK inschrijving en het melden daarvan op de lijst nevenfuncties? Zo nee, waarom niet?

Wij zien de beantwoording van de vragen graag tegemoet binnen de daarvoor geldende termijn. M. van Caldenberg A. Fischer- Otten R. Franssen SP 50+ Lokaal Limburg P.Plusquin J. Kuntzelaers T. Jetten Partij voor de Dieren PvdA GroenLinks