Voorts stelt Driessen: "We kunnen nu aan de slag met het opstellen van het Inpassingplan. De Commissie voor de MER geeft ons in het advies ook nog een aantal kritische aandachtspunten mee voor het Inpassingplan. Daar zijn we blij mee, omdat daarmee een grote mate van duidelijkheid ontstaat en we onze onderzoeken voor dat plan optimaal daarop kunnen afstemmen".
Deze interpretatie van het rapport van de Commissie voor de MER roept bij de fractie van GroenLinks de volgende vragen op:
- Bent u het met ons een dat de Commissie heel duidelijk stelt dat de nu voorliggende MER alleen voldoende is om een tracékeuze te maken, maar dat er echter nog wel eerst aangetoond moet worden dat de weg noodzakelijk is?
Volgens de commissie MER is het gezien de demografische ontwikkelingen heel reëel om aan te nemen dat verbeteringen aan het bestaande wegennet een alternatief zijn voor de buitenring. Ook is onvoldoende aangetoond dat er geen significante gevolgen zijn voor de habitatgebieden, o.a. Brunssumerheide. Bovendien adviseert de Commissie in de tweede aanvulling nut en noodzaak van het project nader te onderbouwen en daarna te bezien of de alternatieven hierbij nog passend zijn. Hierbij kan onder andere worden ingegaan op maatregelen die door de aanleg van de Buitenring mogelijk worden. Bij de onderbouwing van nut en noodzaak zullen tevens de nieuwste prognoses op het gebied van bevolkingskrimp en mobiliteit betrokken moeten worden, al dan niet als scenario.
- Bent U het met ons eens dat –in navolging van het advies van de commissie MER en gezien de demografische ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande teruglopende mobiliteit- er voldoende aanleiding is om de nut- en noodzaakdiscussie opnieuw te voeren? Zo nee, waarom niet?
- Bent U het met ons eens dat in de voorgenomen aanpak nu een keuze gemaakt wordt voor een tracé en daarna pas bepaald wordt of de weg noodzakelijk is en dat dit een onjuiste, onlogische en onpraktische aanpak is? Zo nee, waarom niet?
Margriet van Tulder
GroenLinks Limburg