De GroenLinksfractie heeft kennisgenomen van het Aanvalsplan Stikstof van GS en heeft daarover een stevig pakket aan vragen, waarbij voor GroenLinks in eerste instantie de prioriteit moet liggen bij de reductie van stikstof, met doelstellingen op lange termijn en het bewerkstelligen van een versterking van de natuur en pas dáárna bij het zo snel mogelijk laten doorgaan van allerlei economische ontwikkelprojecten.Tevens heeft GroenLinks ook vragen n.a.v. de ingekomen reacties van enerzijds de Natuur- en Milieufederatie Limburg en anderzijds de stg. Werkgroep Behoud de Peel, waarin zij aangeven niet bij de totstandkoming van het plan te zijn betrokken.
- Uw College hanteert als een van de principes “een 70/30 % saldo-benadering”. Hoe is deze ratio tot stand gekomen, m.a.w. waarop wordt deze verdeling gebaseerd?
- Bent u het met GroenLinks eens dat de hiervoor vermelde ratio eigenlijk pas tot stand had kunnen komen nadat was vastgesteld hoe groot de reductie van stikstofemissie moet zijn, m.a.w. nadat de emissieruimte of reductiedoelstelling is vastgesteld? Zo neen, waarom niet? Waarom heeft uw College er niet voor gekozen om eerst de emissieruimte te laten berekenen en vast te stellen alvorens tot deze ratio te komen?
- Is uw College het met GroenLinks eens dat de stikstofreductie in ieder geval zodanig moet zijn dat de er na het nemen van maatregelen een reële reductie ontstaat die noodzakelijk is om aan de doelstelling van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 te voldoen? Zoals de Werkgroep Behoud de Peel in haar brief van 5 februari 2020 gericht aan uw College en aan Provinciale Staten schrijft zal de voorgestelde reductie in de realiteit namelijk niet voldoende zijn, als de uitstoot in sommige gebieden op dit moment zelfs drie keer de drempelwaarde overschrijdt (de zogenaamde kritische depositie). Deelt uw College deze stelling van Werkgroep Behoud de Peel? Zo ja, waarom stelt u dan de 70/30% saldo benadering voor? Zo neen, waarom deelt u deze stelling niet?
- Uw College legt in de vier actielijnen de nadruk op de aanpak van stikstofdepositie in en rondom de Limburgse Natura-2000 gebieden? Welke aanpak stelt uw College dan voor als het gaat om gebieden rondom de Natura-2000 gebieden? Wat wordt eigenlijk bedoeld met de omschrijving “in en rondom de Limburgse Natura-2000 gebieden”? Kunt u dit in aantal kilometers uitdrukken?
- Het Aanvalsplan straalt uit dat de prioriteit ligt bij het zo snel mogelijk laten doorgaan van allerlei economische ontwikkelprojecten. Deelt u onze mening dat het plan daarentegen in eerste instantie de nadruk zou moeten leggen op de reductie van stikstof, met doelstellingen op lange termijn en het bewerkstelligen van een versterking van de natuur? Deelt u onze mening dat verslechtering van de kwaliteit van natuurgebieden niet alleen maar problematisch is omdat de intrinsieke waarde van de natuurgebieden verloren gaat, maar ook de samenleving daarvan de problemen ondervindt als gevolg van verminderde functies en ecosysteemdiensten van de Natura-2000 gebieden. Zo neen, waarom niet?
- Aangezien het een dynamisch plan betreft, behoort het tot de mogelijkheden om de prioritering aan te passen? Hoe kijkt uw College aan tegen het voorstel om de vertrekpunten zoals genoemd in de reactie van NMF Limburg en de kritiekpunten zoals genoemd in de reactie van de stg. Werkgroep Behoud de Peel over te nemen?
Als bijlage bij het Aanvalsplan treffen wij ook de brief van NMF Limburg aan. De brief met daarin een opsomming van de gezamenlijke vertrekpunten van stakeholders, belangenbehartigers en zelfs een beheerder van natuurterreinen (Natuurmonumenten), is gericht aan uw college. In de brief verwijt NMF uw college van het onvoldoende betrekken en consulteren van deze organisatie(s) met deskundigheid en gebiedskennis, bij het opstellen van het aanvalsplan. Met NMF heeft slechts twee (bestuurlijke) gesprekken plaatsgevonden, waarvan het laatste op 23 januari. Slechts een kleine week vóór vaststelling van het actieplan door uw college op 28 januari. Hierdoor heeft NMF geen inhoudelijke reactie kunnen geven op het aanvalsplan.
- Heeft uw college een verklaring voor het feit dat een natuur en milieuorganisatie (met al haar kennis en kundigheid) het gevoel heeft niet of onvoldoende betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming van het aanvalsplan stikstof, zoals het vastgesteld is door uw College? Ook van de stg. Werkgroep Behoud de Peel ontving uw College een reactie op het Aanvalsplan Stikstof. Ook de Werkgroep geeft net als NMF Limburg aan niet bij de totstandkoming van het aanvalsplan te zijn betrokken.
- Heeft uw college een verklaring voor het feit dat de stg. Werkgroep Behoud de Peel niet betrokken is bij de opstelling van het plan?
- Welke belangenorganisaties zijn er wel allemaal bij de opstelling van het plan betrokken? Gelieve ons daarvan een overzicht te verstrekken.
Graag ontvangen wij de antwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn, doch niet later dan een week vóór de eerste volgende RLN-commissievergadering van 20 maart aanstaande.
Kathleen Mertens
Statenlid GroenLinks