Afgelopen week is er door de provincie Limburg een mededeling gedaan over de stand van zaken met betrekking tot windenergie in Limburg. Wat GroenLinks betreft niet iets om heel vrolijk van te worden. Om even het geheugen op te frissen: met het Rijk zijn in 2015 door alle provincies afspraken gemaakt over de hoeveelheid op te wekken energie door windmolens in 2020. Voor Limburg kwam dat neer op 95,5 megawatt. Mocht deze doelstelling niet gehaald worden dan volgt er een boete: de hoeveelheid megawatt die nog niet gehaald is na 2020 wordt verdubbeld, en dat is de nieuwe opgave.

In Limburg staan, als alles meezit, aan het eind van het jaar windmolens die in totaal ongeveer 21 megawatt opwekken. Een tekort in de afspraak met het Rijk van 74 megawatt. Dat betekent dat die 74 megawatt verdubbeld gaan worden tot 148 megawatt, en dat dat de nieuwe opgave voor Limburg wordt. Dat mag eventueel ook door bijvoorbeeld zonne-energie worden opgewekt.

Gezien de problemen die het plaatsen van windmolens voor 95,5 megawatt al opleveren, en omdat de ‘quick-wins’ natuurlijk al vergeven zijn, voorziet GroenLinks een moeilijke opgave om die 148 megawatt in Limburg in te vullen. Het gebruiken van andere hernieuwbare energiebronnen zet niet echt zoden aan de dijk: een windmolen is een grote bron van energie vergeleken met ander opties. Ter illustratie: om de opbrengst van één windmolen te vervangen door zonne-energie zijn bijvoorbeeld 28 voetbalvelden bedekt met zonnepanelen nodig....

GroenLinks vindt dat de afgelopen en huidige bestuursperiode te weinig aandacht is gegeven aan het vlot trekken van de problemen rond het plaatsen van windmolens. We begrijpen dat omwonenden van mogelijke locaties bezwaar kunnen hebben tegen plaatsing, maar met de juiste aanpak en goede contacten moet hier toch beter mee kunnen worden omgegaan.

Omdat GroenLinks de energietransitie als een van de belangrijkste opgaven van deze tijd ziet zullen we in Limburg het college van Gedeputeerde Staten vragen hoe ze dit probleem denken te gaan oplossen:

  1. Een van de oorzaken die wordt aangegeven voor de grote vertraging in de projecten is de gang naar de Raad van State door tegenstanders van mogelijke windparken. De rechtsgang neemt veel tijd in beslag. Ook staat in het informerend stuk dat de provincie ondersteunend opereert bij windprojecten. Waarom heeft die ondersteuning niet geleid tot een beter omgevingsmanagement waardoor bezwaar- en beroepsprocedure kunnen worden voorkomen?
  2. Kan uw college de grootste knelpunten en bezwaren van de bezwaarmakers tegen de komst van windturbines kort opsommen? En kunt u daarbij aangeven welke lessen daaruit te trekken zijn voor de toekomst en op welke manier die in de praktijk te brengen zijn?
  3. Het niet voldoen aan de taakstelling levert een verdubbeling op, zoals al eerder aangegeven rond de 148 megawatt. In uw informerend stuk gaat u er van uit dat het aantal zon-PV projecten dat in de pijplijn zit die 148 megawatt kan compenseren. Worden die zon-PV projecten echter niet ook al meegewogen bij de invulling van de twee provinciale RES-sen ? Een dubbeltelling is dan niet mogelijk.
  4. Voor het compenseren van 1 windmolen door zonne-energie is een oppervlakte van ongeveer 14 hectare aan zonnepanelen nodig. Is het college het met GroenLinks eens dat dit een veel groter ruimtebeslag op Limburgse gronden oplevert dan het plaatsen van windmolens?
  5. Binnen welke termijn moet de nieuwe opgave van 148 megawatt worden gerealiseerd? En zit daar een nieuwe boete-clausule in verwerkt?