De kritische houding van onze fractie in het Limburgs Parlement tegenover het brandingsproject vindt navolging in de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Lees de bijdrage van Rosita Custers.

Regiobranding is een modern woord voor een soort marketing van de regio. Niet alleen de stad of het dorp maar heel de regio Zuid-Limburg zouden moeten samenwerken om op die manier zichzelf 'beter in de markt te zetten'.

De GroenLinksfractie was vanaf het moment dat men op de hoogte was van dit Provinciaal initiatief zeer kritisch. De fractie ziet goede onderlinge samenwerking best zitten. Dat kan namelijk voorkomen dat naburige steden of dorpen elkaar de 'vliegen gaan afvangen,' en keuzes uit eigen belang maken i.pv het algemeen belang. Maar de wijze waarop dit hele brandingsverhaal tot stand is gekomen, de wijze waarop er voorlopig invulling aan werd gegeven én de wijze waarop de raad erbij werd betrokken was de reden voor GroenLinks om tegen het voorstel van B&W te stemmen in de raad van 20 september jl.

Aanloop
Kort nadat de Provincie had besloten deze regiobranding in het leven te roepen moest er natuurlijk een slogan worden bedacht, die o.a. werd besproken op de bijeenkomst van de zogeheten kwartiermakers en de 19 burgemeesters van de samenwerkende gemeenten. Al snel stonden de ego's van de heren in de weg want burgemeester Gerd Leers van Maastricht eistte dat de naam Maastricht in de slogan werd genoemd. Dat was voor de burgemeester van Heerlen een reden om ook te vinden dat deze stad moest worden genoemd. Dan loop je natuurlijk het risico dat de wet van de aardbeienjam gaat gelden: hoe meer je het uitsmeert hoe dunner het wordt. Zo ook de slogan: "Alles wijst op Maastricht in de regio Zuid-Limburg".

Dit fantasieloze gedrocht leidde tot een hausse aan publicaties in dagbladen, vakbladen, weekkrantjes, columns, noem maar op. Maar helaas, er veranderde niets.

Vrouwonvriendelijk
Terwijl sommige bestuurders nog verbaal vechtend over straat rolden diende zich het volgende onprofessionele scenario aan. De door de Provincie aangestelde kwartiermakers te weten 'drie wijze mannen' stelden een klankboordgroep samen dat later werd omgezet tot een stichtingsbestuur. De 7 leden bestonden uit maar liefst 6 mannen en slechts 1 vrouw. GroenLinks woordvoerder Rosita Custers merkte hierover in de raadsvergadering op: "Als zoiets eenvoudigs als het vinden van een goede gekwalificeerde vrouw al te moeilijk is, hoe moet het dan gaan met de meer complexe hobbels die genomen moeten worden? Bovendien is dit anno 2008 volstrekt belachelijk. We hebben het hier niet over een bestuur dat de jaarlijkse koekhapwedstrijd moet gaan organiseren maar over een groep mensen die keuzen moeten gaan maken die een hele belangrijke invloed gaan hebben op onze regio."

Financiën
De eerste bijdrage die aan de gemeente Sittard-Geleen werd gevraagd bedroeg 1 € per inwoner voor het jaar 2008. De fractie gaf hier in de meerjarenbegrotingsbehandeling van november 2007 goedkeuring aan omdat zij daarmee het College de kans wilden geven te bezien of deze regio-branding ook z'n meerwaarde zou hebben. Achteraf gezien had de fractie dat beter niet kunnen doen. Er was namelijk geheel geen verdere informatie beschikbaar. De portefeuillehouder beloofde dat er zo spoedig mogelijk een onderbouwde nota naar de raad zou komen op basis waarvan men verder zou kunnen discussieren en eventueel zou kunnen bijsturen. In mei van 2008 werd de regio-branding summier toegelicht in een algemene nota over bestuurlijke samenwerking. De regio-branding was daarin niet meer dan een alineabrede passage.

Voor GroenLinks was daarmee de maat vol. Nog steeds geen fatsoenlijke informatie, geen duidelijke doelen en geen bewijs dat regiobranding überhaupt zal gaan werken. Het antwoord was dan ook een duidelijk -nee- tegen deze vorm van branding.

De branding-bus rijdt verder
Ondertussen verstrijkt de tijd en kunnen we constateren dat de branding-bus rustig verder rijdt. Daarmee wordt pijnlijk duidelijk dat de gemeenteraden van de afzonderlijke gemeenten amper iets in te brengen hebben. Dit noemt GroenLinks dan ook verontrustend. Ze spreekt van een toenemende trent vanwege de steeds vaker voorkomende lokaal-regionale samenwerking.

Na de zomervakantie komt dan eindelijk een 'echte' nota van B&W over de branding in de commissie. Het blijkt een plak-en-knip-nota te zijn die letterlijk is overgeschreven van de nota die in Provinciale Staten is gebruikt. Het staat bol van de vaagheden en gemeenplaatsen. Wat te denken van de opmerking: "De kwaliteiten waar we voor gaan zijn kwaliteit, balans tussen wonen en werken en plezier in het leven". Wat koopt een mens daar nu voor? Alsof andere regio's niet hechten aan de kwaliteit van leven en een goede balans tussen wonen en werken. GroenLinks merkt dan ook kritisch op dat bij bestuurlijke marketing altijd het gevaar om de hoek loert dat alle steden en dorpen gaan voor de vier B's: Bewoners, Bezoekers, Bedrijven en Bollebozen; niet onderscheidend dus.

Het meest opvallende was echter dat als een duveltje uit een doosje nu plotseling in één keer een krediet werd gevraagd voor de resterende drie jaar. Men had bedacht voor deze branding vier jaar uit te trekken, 1 jaar was reeds betaald en nu moesten dus nog drie jaar veiliggesteld worden.

GroenLinks stond dus voor de keuze: of blijven volharden in een afwijzend -nee- óf, gezien het feit dat de branding verder gaat ook zonder Sittard-Geleen, proberen om tenminste nog een vinger in de pap te houden wat betreft de invulling en aansturing van het geheel.

De fractie koos voor het laatste maar had daar wel een paar voorwaarden bij.

Evaluatie en de noodknop
De twee belangrijkste voorwaarden waren dat er na elk half jaar zou worden geevalueerd in de raadscommissie waarbij de portefeuillehouder moet aangeven wat de stand van zaken is en of de doelen (die overigens nog vastgesteld moeten worden) zijn behaald of op weg zijn om te worden behaald. De tweede voorwaarde was dat er na twee jaar brandingbusiness een momentum zou moeten komen waarop de raad kan zeggen: "jammer College maar de resultaten zijn dermate bedroevend dat wij verder geen geld investeren in dit experiment." Om dit gestalte te geven had de fractie het besluit willen amenderen. Géén geld vrijmaken voor drie jaar maar wel tot eind 2009 om daarna op basis van de resultaten te bekijken of ze verder zou willen gaan. Daarmee gaf de fractie aan deze branding best een kans te willen geven maar vanwege alle onduidelijkheden en vaagheden niet meteen voor de termijn van drie jaar. Rosita hield de burgemeester als portefeuillehouder nog voor: "als u zelf gelooft in dit brandingsverhaal dan heeft u met ons voorstel niets te verliezen. U kan naar buiten toe uitdragen dat u een kritische raad heeft, (zoals dat hoort) die niet afwijzend tegenover het voorstel staat maar die de vinger aan de pols wil houden. Daar kunt u mee thuiskomen!" Helaas was de meerderheid van de raad het hiermee niet eens en werd het Collegevoorstel aangenomen.